Ook schuin tegenover Vlaar woonden Gerrit en Tinie Visser. Gerrit was een Hollandiaan in hart en nieren en dat liet ie ook duidelijk blijken. We kwamen wel eens bij hem thuis om te kaarten en dat deed Gerrit met veel overgave. Zijn vrouw Tinie, die duidelijk niet achteraan had gestaan bij het uitdelen der vrouwelijke uitstulpingen, zorgde er dan altijd voor, dat het ons aan niets ontbrak. Regelmatig echter moest er dan toch weer een beroep worden gedaan op de dames Redeker, die iets verderop woonden en die in een vage achterkamer ten huize altijd een voor de verkoop aanwezige hoeveelheid drank hadden. Zoon Puskas werd er dan weer op uit gestuurd en ondanks z'n leeftijd kwam het jongetje dan weer terug met een verse hoeveelheid flesjes bier. Gerrit en Tinie hadden twee zoons, wier namen ik niet eens meer weet, maar waarvan 1 dus de bijnaam Puskas had gekregen van z'n ouders. Het moge duidelijk zijn dat met name Gerrit de nodige eisen aan het mannetje stelde als er gevoetbald moest worden. Het laat zich raden bij welke club de kleine Puskas ging voetballen en het is mij onbekend of ie het ooit heeft geschopt tot een vertegenwoordigend elftal.
Veelal bezwijken jongens in hun puberteit (ik weet er alles van) voor allerlei andere verlokkingen, waardoor hun sportactiviteiten naar het tweede plan worden geschoven. Gerrit werkte in Alkmaar en ging daar altijd heen met iemand uit de regio in een busje, waarin ook mijn vader een zetel had gekregen. Letterlijk een zetel, want voorin het busje was geen plaats, maar dat vormde voor mijn vader geen enkel probleem, daar hij wel de beschikking kon krijgen over een heuse fauteuil die achterin de wagen werd geplaatst en waarop mijn vader sigarenrokend zwaaide naar de verbaasde passanten, voor wie het een buitengewoon eigenaardige gewaarwording was om iemand zo volledig ontspannen in een luie stoel gezeten te zien zitten achterin een bus. Mijn vader nam ook wel eens voorin plaats, waarin ie ooit in een gesprek met de chauffeur, die slechts de beschikking had over 1 oog, informeerde naar de mogelijkheid van een vuiltje in diens oog en de gevolgen daarvan, waarop de man antwoordde: "dan is ʽt gebeurd". Op mijn vader werkte dit antwoord slechts op zijn lachspieren, want hij heeft het vele malen omstandig aan ons verteld.
Gerrit en Tinie bouwden in een later stadium een garage achter hun huis, die uitsluitend toegankelijk was via een pad over het terrein van de buren, de familie Bakker. Dat is vele jaren goed gegaan, totdat de Bakkers vertrokken en de nieuwe eigenaars er niets voor bleken te voelen datzelfde recht, dat ooit met een ferme pils was beklonken, aan de Vissers te verlenen. Gerrit was vanaf dat moment nog vaker dan ooit bij Hollandia te bespeuren, want daar kon ie in ieder geval rustig zijn auto parkeren.