Familie Spruit

 

Een van de meest kleurrijke families van de Drieboomlaan vormde de familie Spruit, op drie huizen na onze directe buren. De familie Spruit mag omschreven worden als extreem bijzonder. Bij de Spruiten verveelde je je nooit. Dit uiterst bonte gezelschap verdient de nodige aandacht. Daar gaan we dan.
Nadat wij enkele jaren op de Drieboomlaan woonden, kwam daar op een dag een flink uit de kluiten gewassen gezin wonen: de familie Spruit. Afkomstig uit Wervershoof en dat was ook duidelijke te horen tijdens de eerste contacten die we met de verschillende gezinsleden hadden. De Spruiten, dat was onmiddellijk al duidelijk, zouden niet gaan behoren tot de kring koffiedrinkende buren, of een rol van betekenis gaan spelen in het sociale circuit: ze waren volkomen autonoom.
Een cursus integreren in de buurt was niet aan ze besteed, want ze gingen allemaal hun eigen gang. En we kwamen er al gauw achter wat dat allemaal was en wij als buurtkinderen (ik geloof onze ouders wat minder) genoten ervan.

Het huis

Het gezin bewoonde een groot huis. Boven hadden ze drie slaapkamers, waar echt iedereen sliep. Verschillende tweepersoonsstapelbedden moesten ervoor zorgen dat iedereen een slaapplaats had. In elke kamer stond een po, die in de nachtelijke uren met klaterend enthousiasme volop werden gebruikt en die dan 's morgens tot de nok aan toe gevuld door moeder Spruit van het steile trapje mee naar beneden werden genomen.
Helaas is het daarbij het goede mens eens overkomen, dat ze bovenaan de trap een fatale misstap maakte, met als gevolg dat de kletsnatte inhoud van de po tot in de verste uithoeken van de trap en de gang uitstroomde. Na dagen was de stank er eindelijk uit.

Pa Spruit

Achter het huis bevonden zich schuren e.d. en uiteindelijk heeft vader Spruit er ook een hele grote garage laten bouwen, waar de hele buurt de auto in kon stallen. Vader Spruit had een voor ons onduidelijke functie in het havengebied van Amsterdam. Dat hij daar geen kantoorfunctie bekleedde was overduidelijk aan z'n kleding te zien, maar naar mijn weten heeft nooit iemand geweten wat ie daar nou wel deed.
Toen hij daar uitgewerkt was en dus over het algemeen zijn tijd in en om het huis doorbracht, zagen we hem dagelijks naar de supermarkt Vlaar (schuin tegenover ons) gaan om vervolgens terug te keren met een krat bier, die hij op zijn schouder droeg en ook volledig nuttigde. Volgende dag weer een krat op de schouder en weer huiswaarts.
Als je iets met buurman Spruit wilde bespreken, dan deed je er ook verstandig aan om dat te doen in de ochtenduren, daar hij dan op zijn helderst was.
Ik kwam er vaak over de vloer, ik mocht vader Spruit ook wel, maar kon er geen vat op krijgen. Mijn vader kwam ook wel eens bij de familie Spruit voor schilder- of behangwerkzaamheden. Nou had de heer Spruit in de loop der jaren de gewoonte ontwikkeld om achteroverleunend in zijn stoel zijn hoofd tegen de wand met jutebehang aan te drukken.
Om die reden was na verloop van tijd zelfs een opening in de wand ontstaan, dat zulke grote afmetingen had aangenomen, dat hij er eenvoudigweg zijn hoofd in kon laten rusten.
Mijn vader stelde op het moment dat hij op deze ietwat vreemde uitsparing stuitte terecht de vraag wat er met dat gat in de muur diende te gebeuren, waarop Spruit hem aankeek en sprak: "gewoon omheenbehangen". Mijn vader, die in z'n lange carrière op de meeste rare snoeshanen is gestuit was met stomheid geslagen.
"Eromheen behangen, vindt u dat wel verstandig?" "Ja", antwoordde Spruit, "het is mijn gat en dat wil ik graag zo houen".
Ik had toch het gezicht willen zien van de mensen die na de familie Spruit dit pand hebben betrokken.

Ma Spruit

Naast vader Spruit had je een ander fenomeen: moeder Spruit. Net als vader Spruit klein van stuk en met een gelaatsuitdrukking die moeilijk valt te omschrijven, maar ongeveer neerkwam op een mengeling van een verbaasde blik, ietwat onnozel, in zichzelf gekeerd en altijd bezig dingen te doen die bepaald niet in het verlengde lagen van de doorsnee huisvrouw-activiteiten.
Ze liep ook wat apart. Een beetje waggelend zonder merkbare haast. Naast de dingen die ze in en om het huis deed, hielp ze ook regelmatig aan de benzinepomp, die de familie was begonnen aan huis.
Aan de pomp werd ook ijs verkocht, althans je kon er je keuze maken, waarbij moeder Spruit dan bij elke bestelling genoodzaakt was om de lange gang naar de schuur te maken, alwaar de ijskoeling stond opgesteld.

De wasmachine

Tot de normale huishoudelijke activiteiten hoort uiteraard ook het doen van de was. Op een zekere dag had het gezin Spruit de beschikking gekregen over een wasmachine.
Wellicht had de verkoper het een en ander uitgelegd over de werking van het apparaat, maar duidelijk hoorbaar voor de buren kwamen zowel moeder als dochter Gré Spruit er niet uit. Het was ze duidelijk dat het ding op stroom werkte en ook dat de was er in moest, maar de rest was ze volkomen onduidelijk.
Breedsprakig speculeerden de dames over de werking van deze helse machine. Deze handelingen vonden allemaal plaats in de open schuur, waar voor iedereen zichtbaar én hoorbaar de eerste poging werd ondernomen om een geslaagde wasbeurt in gang te zetten. De juiste sleuven waren gevonden voor het deponeren van de nodige wasmiddelen en ook de aan- en uitknop was na de nodige mislukkingen ontdekt.
Het kiezen van het juiste wasprogramma was duidelijk hoorbaar voor de buurtgenoten een activiteit die hun bescheiden kennis ver overschreed. Er werd besloten het er maar een keer op te wagen door gewoon de knop aan te zetten. Aldus geschiedde.
De dames en, zonder dat moeder en dochter het wisten, ook de buurtgenoten, hielden de adem in. En al snel werd het geduld van alle aanwezigen en omwonenden niet langer op de proef gesteld: het apparaat begon te schuim te produceren op een manier die deed vermoeden dat een heel pak wasmiddel bij de was gedaan was en dat bleek ook zo ongeveer te kloppen.
Gré en haar moeder waren het er over eens dat er iets niet helemaal goed ging, maar wisten absoluut niet wat het kon zijn. Niemand in de buurt gaf een kik, maar wachtte het verdere verloop van de gebeurtenissen af. En dat werd beloond.
De wasmachine werd geopend en daarbij kwam een geweldige hoeveelheid schuim vrij, die zo omvangrijk was dat de machine zelf geheel aan het oog onttrokken werd. Na van deze schrik te zijn bekomen konden de dames Spruit niet anders dan concluderen, dat er iets was misgegaan.
Met de hulp van de overige familieleden is men er uiteindelijk in geslaagd om de wasmachine aan de praat te krijgen, waarbij het hardnekkige gerucht gaat, dat het niet is gebleven bij het gebruik van reguliere wasmiddelen, maar dat ook het deponeren van bier in de wasmachine is gebeurd, waarbij onduidelijk is waarom dit gebeurde.

De kinderen

De Spruiten hadden veel kinderen. Onze voorzichtige inschatting was dat het er ongeveer 10 moesten zijn. Ooit is geopperd, zo wordt beweerd, ze allen van een rugnummer te voorzien, maar dat blijft een gerucht. Ik meen dat de oudste zoon Willem was, die ook hoogst onduidelijke activiteiten tentoonspreidde.
Willem, klein van stuk, had een schuifelende loop. Deed geen enkele poging om z'n Wervershoofse tongval te onderdrukken en was voor de rest een prima vent.
Net als broer Piet (Pietje) die in tegenstelling tot de rest een playboy-achtig uiterlijk had. Piet vertelde ons regelmatig over z'n uitspattingen in de uitgaanswereld, waarbij hij sprak over activiteiten met meisjes, die ons als jonge jongens als uiterst spectaculair overkwamen.
Dat wilden wij ook wel, zoveel was ons wel duidelijk, maar we waren daar voor ons gevoel nog lang niet aan toe.

Piet(je) Spruit

Piet had een voorkeur voor sportief ogende auto's en was vastbesloten ook zelf ooit in zo'n wagen te rijden. Langdurig is Piet toen aan het sparen geslagen en is ook veel gaan overwerken om het ultieme doel te bereiken: de aankoop van een rode sportwagen, waar ie naar eigen inschatting helemaal de blits mee zou maken.
En na al die langdurige inspanningen en periodes van grote spaarzaamheid was het dan zover, de aankoop van het beoogde blitsmobiel kon worden gedaan.
Piet was apetrots. Met zo'n wagen lag de wereld aan z'n voeten en ook de meisjes konden het uiteraard zeer waarderen. Piet besloot dan ook om tijdens z'n eerste tochtje richting z'n oude dorp Wervershoof, zich te laten begeleiden door een meisje, dat zeer onder de indruk was van Piet, maar misschien meer nog wel van deze knalrode supersportwagen.
In z'n enthousiasme om over te komen als een mondaine playboy, die zo af en toe wat rondtoert in z'n sportwagen, ging Piet alleen iets te ver: hij vergat op de weg te letten. Op het Keern reed Piet een sigarenzaak binnen met als uiteindelijk resultaat, dat de wagen volledig total-loss was. Piet in diepe rouw.
Waarschijnlijk is dat de reden geweest dat Piet verder is gegaan in de autohandel, want er moest en zou natuurlijk weer een nieuwe sportwagen komen en zo is het ook gegaan.
Piet heb ik later slechts mondjesmaat ontmoet, met name tijdens de lappendagen, waarbij hij nog steeds dat ietwat mysterieuze over zich heeft. Niet al te breedsprakig, maar duidelijk wel tevreden over datgene wat ie zoal uitvoerde.

Sjaak Spruit

Een hoofdstuk apart is zoon Sjaak Spruit, die in het vervolg van zijn leven dingen uithaalde die niet alleen de regionale pers haalden, maar zelfs op televisie te zien waren. Sjaak was zeer actief. Zijn eerste activiteiten lagen in de sfeer van de autohandel.
De auto's die Sjaak verhandelde bevonden zich verspreid over de buurt en z'n klandizie was overduidelijk afkomstig uit de onderste lagen van de bevolking. Garantie was een onbekend fenomeen voor Sjaak en voor hem hield de verkoop op, zodra er was afgerekend. De klanten die terugkwamen om zich te beklagen over de aanschaf en de gebreken, die zich hadden geopenbaard na aankoop, kregen altijd nul op het rekest.
Sjaak benadrukte daarbij altijd dat er voor die prijs niet te veel verwacht mocht worden en dat ie naar eer en geweten had gehandeld. Hij was slechts de tussenpersoon van wie niet kon worden verwacht dat ie op de hoogte was van elk detail van de auto.
Sjaak had ook de beschikking over een mobiele telefoon (nou ja mobiel, het ding was heel groot en vermoedelijk ook heel zwaar, maar goed, het functioneerde) waar ie duidelijk hoorbaar voor iedereen z'n zakelijke gesprekken mee voerde.
Zo hoorden we allerlei details die niet voor ons bestemd waren en leerden we ook de fijne kneepjes van het onderhandelen en hoe je niet het achterste van je tong kon laten zien. Sjaak hield altijd een slag om de arm.
Dreigde de klant af te haken, dan vond ie altijd toch wel weer een schijnbaar onmogelijke oplossing, waar wij met verbazing naar luisterden. Sjaak was ook kennelijk de overtuiging toegedaan, dat hoe harder je sprak, des te overtuigender dat overkwam.
Wij als buurtbewoners hoefden ons dan ook echt niet noemenswaardig in te spannen om de gesprekken te kunnen volgen.
Mijn vader, geroemd om z'n gevoel voor humor, kon de handel van Sjaak en z'n werkwijze om de een of andere reden zeer waarderen. Hij zag er de humor wel van in.

Goud en zilver

Tussentijds zat Sjaak ook in het goud. Je kon bij Sjaak terecht voor de aan- en verkoop van goud en zilver. De aankopen geschiedden na een deskundige taxatie, welke werden uitgevoerd met een indrukwekkende monocle, waarbij hij na een grondige studie meestal tot de voor de klant teleurstellende conclusie kwam, dat het ding bijna geen stuiver waard was, maar omdat ie de beroerdste niet was toch de bereidheid toonde om er een bescheiden vergoeding tegenover te stellen.
Bij verkoop werd hetzelfde onding vervolgens aangeprezen als een prachtig exemplaar, waarvan er meestal maar een paar over de hele wereld te krijgen waren en dat de gegadigden echt niet konden laten liggen.
Veel mensen lieten dit buitenkansje niet aan zich voorbijgaan en betaalden grif geld voor de prachtexemplaren uit de collectie goud en zilver van Sjaak.

Schuilbunkers

In een later stadium schakelde Sjaak over op een ander soort handel. Eén daarvan was de verkoop en verhuur van schuilbunkers.
In die tijd was er in het nieuws gekomen, dat er veel dreiging te verwachten viel voor een nucleaire oorlog en dat de enige manier om je daartegen te beschermen was, om bij dreiging onder te duiken in een schuilkelder en het verdere verloop af te wachten. Er bleek dus behoefte aan schuilkelders. Sjaak zag deze handel in lucht wel zitten.
Hij verkocht en verhuurde veel plaatsen aan goedgelovige mensen, die grof geld betaalden voor niet bestaande schuilplaatsen.
Wel toonde Sjaak prachtige foto's van luxueus ingerichte verblijfplaatsen. Uiteraard waren er ook mensen bij die uiteindelijk toch enig wantrouwen kregen, maar bij Sjaak altijd te horen kregen, dat het allemaal wel goed zat. Ze moesten hem niet vals beschuldigen.
Maar de klandizie was zo omvangrijk en het wantrouwen ook, dat er nogal wat onrust ontstond.
Zodanig dat ook het Noordhollands Dagblad de nering van Sjaak onder de loep ging nemen, met alle vreselijke gevolgen van dien.

Verwenbranche

Maar Sjaak schakelde probleemloos over op een volgende activiteit: de verwenbranche. Op een lokatie aan het Jeudje in Hoorn was een daartoe geschikt pand door Sjaak ingericht om klanten te kunnen ontvangen en een vriendin van hem was genegen om deze klanten waar voor hun geld te geven.
Op geheel eigen wijze had Sjaak daar de nodige publiciteit voor gemaakt. Hij reed namelijk zeer frequent met zijn ijscowagen door Hoorn en omgeving en vond het een goed idee om naast de diverse aanbiedingen aan ijssoorten ook het meisje op deze wijze te promoten.
Zo zat het kind dan ook pontificaal mooi te wezen op de ijswagen van Sjaak, waarbij geïnteresseerden te horen kregen dat er op het Jeudje nog veel meer te snoepen viel.
Zo kon het gebeuren dat de vriendin er op het Jeudje flink aan moest trekken om de mannelijke klanten van dienst te zijn.
Gelukkig had ze goed geoefend vooraf.

Thaise vrouwen

Maar, omdat Sjaak altijd meer troeven had, graag gehoor wilde geven aan de gretigheid van de mannelijke klandizie en ook anderszins van dienst wenste te zijn had hij een volgende mogelijkheid gecreëerd: Thaise vrouwen.
Sjaak bemiddelde voor mannen die het wel zagen zitten in een Thais meisje en hij toonde daarbij aan de gegadigden een plakboek vol met foto's van veelal fraaie Thaise meisjes, die allen o zo graag naar Holland zouden willen komen en bereid waren om in het huwelijksbootje te stappen met de eerste de beste Nederlander die zich maar aandiende.
Zo kreeg Sjaak vele klanten, die er veel geld voor over hadden om in contact te komen met een Thaise schone en die niet tevergeefs op berichten wachtten vanuit Thailand. Ze kregen brieven met foto's en het wachten was slechts op de door hen inmiddels betaalde overtocht, die gek genoeg altijd maar uitbleef.
Uiteindelijk is aan het licht gekomen dat verschillende mannen allemaal eenzelfde foto hadden van hun geliefde, maar ook met brieven die gelijkluidend waren in slecht Engels. Sjaak had daar duidelijk de hand in en ook nu kwamen zijn activiteiten in de regionale kranten.
Zijn bezigheden waren dermate omvangrijk dat hij ook op televisie werd besproken in een programma dat handelde over oplichtingspraktijken. Sjaak werd het vuur na aan de schenen gelegd en vertrok uiteindelijk naar Thailand, waar hij een bordeel is gaan runnen.
Een gerenommeerd journalist uit de regio vervoegde zich uit hoofde van zijn functie ooit bij Sjaak om hem enkele vragen te stellen.
Hij schreef: "Ooit heb ik te Bangkok aangemeld bij het gerenommeerde hotel Kanita van de heer Spruit in een poging om een lijstje vuige verdachtmakingen richting zijn persoon met hem door te nemen.
Na enig aandringen deed Sjaak zich voor als 'kamerbediende' die mij middels even omslachtig als zwierig Engels probeerde Diets te maken dat de heer Spruit elders in het land op zakenreis vertoefde.
De 'bediende' voegde mij een knipoog toe, alsmede een amicaal bedoelde elleboogstoot die ik me nog zeer goed kan herinneren. Dat laatste had hij waarschijnlijk van zijn gehandicapte broer Joop geleerd."

Ma Spruit heeft altijd in de veronderstelling geleefd, dat Sjaak daar een succesvol hoteleigenaar was geworden en was best trots op haar zoon. Waar Thailand lag, daar had ze geen enkele voorstelling van.
Maar ook dichter bij huis wilde dat nog wel eens problemen geven. Bij het invullen van papieren voor een of andere instantie werd naast de plaatsnaam ook gevraagd naar de provincie waarin men woonachtig was. Moeder Spruit besloot deze toch niet eenvoudige vraag in de groep te gooien.
Verscheurd door hevige twijfels waarin druk gedelibereerd werd vielen al snel enkele provincies af: Limburg kon het niet zijn, ook Friesland en Groningen vielen af, waarna het verlossende antwoord kwam uit de schoolatlas van een van de kinderen: Noord-Holland moest het zijn en nu ze het zo hoorden kwam ze dat toch wel bekend voor.
Moeder Spruit, dat moet gezegd, was een zeer warme moeder, die haar uiterste best deed om het voor de kinderen gezellig te maken. En dat is haar in alle opzichten gelukt.

Politicus Spruit

In z'n nimmer aflatende dadendrang nemen de politieke activiteiten van Sjaak een wel heel bijzondere plaats in. Na te zijn teruggekeerd in Nederland, en wel in het Friese Sneek, was Sjaak aangewezen op een uitkering, waar hij naar eigen inschatting het volste recht op had.
Door die afhankelijke situatie moest hij met z'n gezin rondkomen van een gering bedrag en ervoer in volle omvang, dat een dergelijke beperking van de financiële mogelijkheden letterlijk betekende dat bepaalde zaken buiten bereik bleven.
Sjaak, die gewend was om eten en drinken tot zich te nemen zonder daarbij rekening te moeten houden met budgettaire beperkingen kwam tot het besef dat het einde van de maand halen een verschijnsel was dat hij nimmer had gekend.
Halverwege de maand was de man gewoon rut. Platzak. En moest daarna alles op alles zetten om voor z'n gehavende gezin bestaande uit Thaise schone, kinderschare en hemzelf, eten en drinken te kunnen aanschaffen.


Partij voor de Bijstand

Sjaak raakte in gesprek met lotgenoten, die met dezelfde problemen te kampen hadden en Sjaak zou Sjaak niet zijn als ie niet onmiddellijk tot actie zou overgaan.
Alras kwam het besluit dat er voor de mensen aan de onderkant van de samenleving, de uitkeringsgerechtigden, iets geregeld moest worden om uit die financiële malaise te geraken. Voor Sjaak was het klip en klaar: die mensen moesten gewoon goedkoper aan eten kunnen komen en goedkoper een biertje kunnen drinken. Dat sprak voor zich.
Maar aangezien geen enkele politieke groepering dit kristalheldere standpunt verkondigde werd het tijd voor de oprichting van De Partij voor de Bijstand.
Het aanvankelijk op een bierviltje opgetekende partijprogram kende uiterst krachtige punten ter bepleiting van een beter lot voor de uitkeringsgerechtigden met als uitspringende elementen: Gratis internet wifi, gratis kerstpakketten, sociale bar met bier voor 0,50 cent, sociale snackbar met patat voor 0,50 cent, sociale coffeeshop met joints voor 1 euro. Dit alles voor allen in de uitkeringshoek en ook de daklozen.
Dit partijprogramma trok de aandacht van de gevestigde politiek in de regio Friesland en meer specifiek ook de regionale pers. Die wilden maar wat graag in gesprek met deze vreemde eend in de bijt.

Naamcorrectie

Inmiddels had Sjaak zich ingeschreven met z'n Partij voor de Bijstand, bij ondertekening waarvan de naam Johan Spruit onderaan het papier te lezen was.
Met als initialen J.W.J. Deze eigenaardige naamsmove achtte Sjaak nodig om redenen van in het verleden liggende onverkwikkelijkheden en om niet weer geconfronteerd te worden met kleine jeugdzondes, die in de visie van Sjaak allemaal buitenproportioneel in het nieuws waren gekomen. "Een storm in een glas bier", noemde Sjaak het zelf.
Het gebruik van zijn eigen naam, wist ook Sjaak, kende wat smetjes, die weer voor ongevraagde publicitaire aandacht zou zorgen en die ballast gooide "Saak", zoals z'n moeder hem noemde, maar wat graag overboord.
Z'n achternaam stond overduidelijk in zijn paspoort vermeld, maar de voorletters verschaften de noodzakelijk geachte naamtechnische stoeimogelijkheden. Sjaak werd zo Johan.

Publiciteit

Maar persmensen zijn per definitie nieuwsgierig. Want waar kwam deze rare snuiter vandaan? Wat waren zijn achtergronden en drijfveren? Even 'googelen' bracht al enige klaarheid.
De naam Spruit in combinatie met een Thaise vrouw leidden al snel naar de eerder in de publiciteit gekomen berichten over Spruit, waarbij alleen de voornaam nog tot uiteenlopende speculaties aanleiding gaf. De foto's en de verschillende berichten deden het vermoeden rijzen, dat de naam Spruit weliswaar klopte, maar de voornaam Johan paste daar niet bij. Tijd voor wat kritische vragen.
Niet alleen de regionale pers kwam wat vragen stellen aan Sjaak, ook de Telegraaf wenste er aandacht aan te besteden. Doch alle naar voren gebrachte oude publikaties werden door Sjaak naar het land der fabelen verwezen. "Niks van waar. Allemaal sensatie."
De pers was inmiddels ook gestuit op onze website met het verhaal over de familie Spruit. Om die reden kon het gebeuren, dat Radio Friesland contact met mij opnam en op de vraag of ik rechtstreeks in de uitzending wilde uitwijden over Sjaak Spruit antwoordde ik bevestigend, met het voorbehoud dat ik hem niet ging afkraken, waarmee men akkoord ging.
In dat gesprek heb ik in feite de hoofdlijnen uit het verhaal Spruit en dan specifiek over Sjaak uit de doeken gedaan. Sjaak zelf had ook een interview met een verslaggever, hetgeen pijnlijk te noemen was, daar z'n vrouw hem op enig moment aanriep en dat uiteraard deed onder z'n eigen naam: "Sjaak, kom even. Sjaak."
Overduidelijk gebruikte ze dus niet de naam Johan. Daarmee geconfronteerd betoonde Sjaak zich weer van z'n beste kant door te zeggen dat ze niet Sjaak zei, maar Sjang.
Het leek er dus wel op, maar dat was maar schijn.

In de aanval

Hoe dan ook, na al deze confronterende publikaties en uitzendingen en ondanks Sjaak's onuitputtelijke geestelijke elasticiteit, waarmee hij zich al zo vaak uit pijnlijke situaties had weten te redden, was hij desalniettemin tot de conclusie gekomen, dat hij zich hier niet langer uit kon kletsen.
Met snorrende camera's op zich gericht en nogmaals geconfronteerd met die onverkwikkelijke gebeurtenissen uit het verleden besloot Sjaak in de tegenaanval te gaan. Want zo'n voornaam, wat had dat nou in feite te maken met datgene wat ie deed en waar ie voor stond.
In een lange monoloog maakte Sjaak duidelijk dat 'die Telegraaf' toch alleen maar een sensatiekrant was.
Hij wilde het niet hebben over teleurgestelde mensen uit het verleden, die zich door hem bedrogen voelden. Sjaak wenste naar voren te brengen dat duizenden alleenstaande mannen wel degelijk door hem geholpen waren aan een kakelverse Thaise bruid.
Dààr moesten ze het over hebben, niet over die paar teleurstellingen. Op de vraag of hij en Johan Spruit dus een en dezelfde waren gaf Sjaak aan dat dat voor zich sprak en dat dit van ondergeschikt belang was.
Hij wilde zich laten voorstaan op wat ie gepresteerd had en vooral niet praten over die akkefietjes die tot z'n minder geslaagde projecten behoorden.
"Os Saak" was weer helemaal in z'n rol. Want praten kan ie wel. Dat had ie in de loop der jaren al meermaals bewezen.
De Partij voor de Bijstand veroverde slechts 97 stemmen, waarvan het merendeel zelfs voor Sjaak's Thaise wederhelft was waar het manvolk meer oog voor had, waardoor hij zelf uitkwam op een totaal van 25 stemmen, die zonder twijfel allen uit de uitkeringshoek afkomstig zullen zijn geweest.
Geen politieke carrière dus voor Sjaak. Maar tegenslagen zijn er om overwonnen te worden. En Sjaak zal nimmer aflaten met het in gang zetten van grootse dingen. En die willen de publiciteit nog wel eens halen.
We kunnen dus met een gerust hart achterover leunen: van Sjaak gaan we nog veel horen.

Joop Spruit

Joop Spruit was weer een andere telg uit dit kleurrijke gezin. Joop had als kind polio gehad en had om die reden de beschikking over slechts 1 goed functionerend been en 1 goed functionerende arm. Joop verplaatste zich dan ook met bijbehorende hinkelende gang, waarbij z'n slechte arm schuin tegen z'n lichaam aan stond.
Maar Joop was helemaal niet zielig en wel degelijk goed bij de tijd. Binnen het gezin werd Joop ook niet gespaard en deed ook gewoon mee aan alle activiteiten die binnen de familie werden ondernomen. Hij voerde ook de administratie over het benzinestation en de garage en deed dat naar mijn weten altijd goed.
Om zich te verplaatsen had Joop de beschikking over een wagentje, dat hij kon voortbewegen door z'n enige goede arm een beweging van boven naar beneden te laten maken, waarna z'n vervoermiddel zich voortbewoog. En om te onderstrepen dat ook wij hem helemaal niet zielig vonden, moet ik tot mijn schande melden dat wij regelmatig met Joop meeliftten.
We sprongen dan bij hem achterop en lieten ons gewoon meevervoeren door onze gehandicapte buurjongen die het soms, niet altijd dus, nodig vond om daar iets van te zeggen.
Joop bediende ook aan de pomp en moest dat met die ene arm op een speciale manier doen. Zijn slechte arm gebruikte ie om een knop naar beneden te drukken, waarbij hij dan met z'n goeie arm de benzine kon laten stromen. Nou ja, stromen.
Voor de brommers hadden ze een aparte pomp, die zich met pompbewegingen liet vullen, waarna er kon worden begonnen met het bedienen van de klanten. Joop deed dat altijd met verve en in mijn herinnering heb ik hem nooit horen klagen, dat ie zoveel moest doen thuis.
Ook het uitgaansleven schuwde Joop niet en was een graag geziene gast in cafés, waarbij hij een voorkeur had voor etablissementen waar ook een biljart stond. In het uitgaanscircuit had Joop de bijnaam Ironside gekregen. Dit vanwege een op televisie welbekeken programma waar een man (Ironside) in een rolstoel actief was.
Dat biljarten deed hij op zeer speciale wijze. Hij kreeg in de cafés de beschikking over een klein ijzeren apparaatje met een gat erin, waar hij dan het uiteinde van zijn biljartkeu in kon zetten, waarna hij, net als ieder ander, z'n stootjes kon maken. Zelf heb ik regelmatig tegen hem gespeeld en het moet gezegd, hij kon het ook aardig.
De eerder door mij aangehaalde regionale journalist heeft ooit over Joop op laten tekenen:
"Vanwege zijn fysieke wanorde werd Joop binnen het Hoornse kroegenbestand niet alleen 'Ironside' genoemd, maar eveneens 'Meccanodoos' en voorts nog 'Miskraam'.
Joop was, ondanks alles, ten zeerste met zichzelf ingenomen. In mijn onschuld heb ik enkele malen naast hem aan de toog van café De Volendammer gestaan. Dan was je 'van hem' en ging je op zeker.
Joop putte zich vriendelijk uit in een niet aflatende reeks moppen die hij me met zijn schel-krijsende meeuwenstem toegilde. Elke mop ging naadloos over in een langdurig, sinister gekakel waarmee hij iets nabootste wat andere mensen 'lachen' noemen.
En bij elke afzonderlijke kakel boorde hij zijn zwaar gehavende rechter elleboog, die uitsluitend uit een door 'n puntenslijper gedraaid stuk bot bestond, vriendschappelijk in m'n linker zij. Een verrichting die hij wonderlijk krachtig en snel achter elkaar kon uitvoeren.
Mijn linker nier is nog immer ontregeld door een reeks Spruit-cysten. Ach, je moet er wat voor over hebben.
Joop gaf zich gaarne over aan een danssliert die hij 'de polionaise' noemde. Dusdoende raakte hij eens op een zoele zomeravond in zijn enthousiasme dermate uit de koers dat hij pardoes in de haven plonsde.
Ze hebben hem er alleen maar uit gedregd om hem op de stamtafel neer te leggen en gillend van de lol te roepen: 'Nou gaat-ie roesten! Je kunt er op wachten: nou gaat-ie roesten!'
Momenteel verplaatst Joop zich, enigszins dichtgegroeid, per scootmobiel door Hoorn. Older, sadder, and wiser, zo lijkt het."

Het Nieuwland in

Ooit belandde Joop, na enkele bezoekjes aan enige horecagelegenheden, met vliegende vaart in het water van het Nieuwland, waarbij hij zo hard schreeuwde dat de bezoekers van snackbar Judith het zelfs konden horen.
Joop werd snel uit het water geholpen door enkele bereidwillige omstanders, maar tot grote hilariteit van alles en iedereen was van het wagentje van Joop alleen nog de rugzijde te zien, waarop nou net een reclametekst van de drankenhandel Schermer stond geschreven: "Onderscheid u met Schermer".
Toepasselijker kon het niet. In een later stadium van z'n leven is ook Joop beland in Thailand, waarschijnlijk bij broer Sjaak, waarbij mij niet duidelijk is wat ie daar precies deed.
Momenteel vertoeft Joop in een bejaardenhuis en wellicht ontmoeten we hem dus nog wel eens.

De Spruiten hadden nog meer kinderen, ik herinner mij dochters Bernadette, Riet, Romy waar ik voor de rest weinig anders van weet, dan dat het wel aardige meiden waren, die geen uitzonderlijke dingen deden in mijn herinnering.

De familie Spruit................... wat hebben we veel aan deze mensen te danken.