Familie Takken


Aan het begin van de Drieboomlaan woonde de familie Takken, bij velen van ons bekend vanwege het gelijknamige tuincentrum Takken, dat door Piet Takken direct na de tweede wereldoorlog is opgericht.
Naast de heer Takken was er diens vrouw, die behalve actief in de huishouding veelal ook actief was voor het tuincentrum. Het gezin telde 6 kinderen: Annemiek, Willem, die nog steeds actief is binnen het bedrijf en die nog wel eens tegen lichte fysieke ongemakken wil aanlopen, omdat dat bij Willem hoort, Tonny, die later getrouwd is met Johan de Jonge, waarover u elders op de site weer iets kunt lezen en die u op de Homepage van deze site vermeld ziet staan, daar zij verantwoordelijk is voor de fotografie die voor de site is gebruikt, de tweeling Cees, die ook actief is binnen het bedrijf en Marian, die getrouwd is met Dick de Boer, waarover u ook weer elders iets kunt lezen, en tenslotte Petra Takken, een schat van een vrouw die er tegenwoordig weer vol tegenaan kan en zorgdraagt voor een prettige sfeer binnen de familie.
Ook de zoons van Cees en Willem, respectievelijk Niels en Jimmy, zijn werkzaam bij het tuincentrum. Vader Piet Takken was een bijzondere man en een groot dierenliefhebber, waarover ik u graag wat staaltjes wil vertellen.

De hond Jan

De familie Takken was in het rijke bezit van een hond, die de naam Jan had gekregen. De voltallige familie was blij met diens aanwezigheid, maar vooral vader Takken kon rekenen op zijn onvoorwaardelijke aanhankelijkheid en aanwezigheid.
Dat ging ooit zelfs wel heel ver, toen vader Takken ter kerke was gegaan en Jan vertwijfeld op zoek was naar het baasje. Maar omdat het diertje de beschikking had over een goed functionerend reukorgaan, slaagde hij er toch in om het baasje uiterst precies te traceren in de kerk, waar de deuren uitnodigend open hadden gestaan vanwege het fraaie zomerse weer.
Vader Takken vond het op zich wel vermakelijk, dat zijn hondje hem zo had lopen zoeken en gebaarde het dier om plaats te nemen op het knielkussentje naast hem, wat tot de nodige verontwaardiging leidde bij enkele andere kerkgangers, die de aanwezigheid van een huisdier in het godshuis veel en veel te ver vonden gaan.
De reactie van de heer Takken hierop was uiterst verrassend en ook niet te weerleggen, want hij antwoordde doodleuk dat hond Jan ook katholiek was en dat er nergens geschreven stond dat een hond de kerk niet in mag. En buiten dat vond ie het ook een hoop drukte om niks, omdat niemand er volgens hem last van kon hebben.
Vader Takken was wel zo verstandig om niet ter communie te gaan, want dat zou tot te veel ophef hebben geleid, maar het zou op zich natuurlijk wel een aardig spektakel hebben opgeleverd.

Hond Jan heette eerst anders. Zijn naam was Bonzo, maar dat heeft precies 24 uur geduurd, daar de familie het er over eens was, dat deze naam niet bij het dier paste. Na familieberaad werd besloten dat het Jan moest wezen.
Jan was net als zijn baasje altijd heel bedrijvig en ging ook gewoon mee naar het werk. Ooit werd vader Takken min of meer het slachtoffer van zijn eigen grap. Het tuincentrum Takken had namelijk een grote klus bij Philips in Hilversum. Zodra ze daar ʽs-morgens aankwamen werden uit beveiligingsoogpunt alle namen opgeschreven, waarbij de heer Takken aan de beveiligingsman aangaf dat ie er een vergat, namelijk Jan de hond.
De man keek daarbij niet op of dat wel klopte en schreef keurig in zʼn boekje: Jan de Hond. Aan het eind van de werkdag werd iedereen weer geteld, waarop de inmiddels verse beveiliger na het doornemen van de namen vroeg waar dan Jan de Hond was, waarop de heer Takken naar Jan wees.
De beveiligingsman beschouwde dit als een onsmakelijke grap en vertelde uiteraard aan de heer Takken dat ie hem nog meer kon vertellen, maar dat ie daar niet intrapte.
Er is een werknemer in het gebouw achtergebleven, zo stelde hij en vader Takken greep de gelegenheid met beide handen aan om de zaak nog verder op de spits te drijven. Maar uiteindelijk begon de beveiligingsman er toch echt genoeg van te krijgen en gebood de heer Takken uit de auto te stappen en 25 meter verderop te gaan staan.
De beveiligingsman hield Jan vast en liet de heer Takken "Jan de Hond" roepen.
Maar daar luisterde Jan nooit naar, want alleen "Jan" was meer dan voldoende. De argwaan van de beveiligingsman nam alleen nog maar toe. Hij werd voor de gek gehouden en er liep ergens in het gebouw nu iemand rond die daar niet thuis hoorde.
Hij begon zijn onderzoek dan ook te intensiveren en trad daarbij onder andere in overleg met de bewaker van de ochtenddienst, die gelukkig kon uitleggen hoe de vork zo ongeveer in de steel zat.
Na heel veel praten en het natrekken van Tuinaanleg Takken mochten de heer Takken, de collegaʼs en de hond uiteindelijk vertrekken. Een veel gebezigde kreet binnen de familie Takken is dan ook: "Waar is Jan de Hond".

De eendjes

Petra Takken had eens een nest jonge eendjes zonder moeder gevonden bij de proefboerderij, die ze mee naar huis mocht nemen om ze verder te verzorgen. De eendjes werden terstond met lekker warm water in bad gedaan in huize Takken, hetgeen ze zeer zichtbaar heel lekker vonden.
Om de sfeer helemaal echt te maken werd er ook nog wat kroost uit de sloot gehaald, zodat de eendjes zich helemaal thuis zouden voelen. Die avond konden Marian en Petra niet wachten totdat hun vader zou gaan badderen, wat zijn gewoonte was. De beide dochters wisten natuurlijk dat hun vader erg raar zou opkijken, maar nou ja, hij was wel wat gewend.
Dus na enig aandringen van de zusjes, ging vader Takken dan toch eindelijk het lang verwachte bad nemen. Bij het betreden van de badkamer was hij met stomheid geslagen, want daar zwommen immers 13 eendenkuikentjes, maar hij kon het juist in hoge mate waarderen.
Hij vond het zeer vermakelijk en maakte na het horen van de voorgeschiedenis zelfs complimenten: "Zo hoort het, je laat ze niet alleen zonder moeder". Karin, de dochter van Willem, heeft ze samen met Petra en Marian grootgebracht.

De bokjes

Oma ("oma van Putten") kwam ook op de Drieboomlaan wonen, op nummer 93. Opa overleed kort na de verhuizing en iedereen was het erover eens dat het fijn was om oma zo dichtbij te hebben.
Bij het huis hoorde ook een tuin, maar oma had het niet zo met tuinen. En om nou elke keer je schoonzoon te vragen, Piet Takken dus, dat vond ze toch ook weer te ver gaan. Maar vader Takken had alweer een oplossing: hij kocht op de markt in Purmerend twee dwergbokjes, zette ze in zijn kofferbak en gaf de twee piepkleine dwergbokjes ter plekke een naam: Turfie en Smurfie.
Vlak na de aankoop was oma jarig, waarbij vader Takken naar zijn schoonmoeder toog en haar feliciteerde: "Moeder An", zo sprak hij uitbundig, "ik heb het mooiste cadeau wat u ooit gehad heeft", waarna hij naar zijn auto liep, de twee bokjes pakte en beide in haar tuin zette. "Zo nou heeft u nooit geen gedoe meer met dat gras."
Maar oma keek zeer beteuterd. Het laatste waar ze op zat te wachten waren wel twee bokjes, die het dan ook niet lang hebben volgehouden bij hun nieuwe baasje. Ze verhuisden tot grote vreugde van oma en tot groot vermaak van de hele buurt naar Drieboomlaan 25 achter in de plantenkassen.
Handige familieleden, waaronder oom Nick (een broer van Piet Takken) hadden een hokje in elkaar getimmerd en oom Nick kwam natuurlijk ook de bokjes bekijken. Nou had ie zelf een witte Toggerburger geit (dit voor de kenners onder ons) en die wilde wel een jonkie van Smurfie. Dus Smurfie in de kofferbak naar Wognum, maar ondanks verwoede pogingen lukte het niet erg, wa nt Smurfie was gewoonweg te klein.
Vader Takken had alweer de oplossing: hij pakte een kist, zette Smurfie erop en ja hoor, het lukte! Na een tijdje kwamen er wel erg veel geitjes bij oom Nick.

Annemiek, de oudste dochter en woonachtig in Medemblik kreeg ook haar cadeau "uit de kofferbak" (zo was men binnen de familie Takken de geitenfamilie gaan noemen) en dit cadeautje heette Lor, een allerliefst klein geitje. Jan, de man van Annemiek, die zijn gras en tuin meer dan goed onderhield, vond het bepaald niet zo'n geweldig idee, maar Lor bleef.... en heeft een geweldig leven gehad bij Annemiek, Jan en hun twee dochtertjes.

Marinehospitaal

Vader Takken kreeg eens een groot werk bij het marinehospitaal in Overveen, vlakbij Haarlem. De "werkbus" van het bedrijf toog dan ook richting Overveen met collegaʼs en uiteraard Jan, de hond.
Jan werd zeer snel geaccepteerd door de mensen van het marinehospitaal, de keuken was in no time door hem gevonden en zo snaaide Jan er weer lekker op los. Ook tussen de middag , als de broodtrommels open gingen, wist Jan precies bij wie hij wel of niet wat kreeg.
Hij begon bij vader Takken, die probleemloos het beleg van zijn brood aan Jan gaf. "Hij kan het zelf niet vragen, dus geef ik het hem maar", zo sprak hij dan. Of "Jan heeft ook hard gewerkt". Dat waren gewone uitspraken van de heer Takken, waar niemand in zijn directe omgeving van opkeek.
Maar aan het eind van de dag toen iedereen weer richting Hoorn wilde vertrekken, bleek dat Jan zoek was. Er werd een speurtocht ingezet, maar ondanks eindeloos zoeken van iedereen werd Jan niet gevonden.
De collegaʼs wilden op een bepaald moment terecht naar huis, dus uiteindelijk vertrokken de mannen zonder Jan richting Hoorn. De stemming was bedrukt. Ook thuis aangekomen werd het er niet vrolijker op.
Maar omdat vader Takken niet voor een gat te vangen is, reed hij ʽs-avonds weer terug naar Overveen. Rondom het marinehospitaal heeft ie langdurig staan roepen: "Jan, Jan, Jan, Jan, Jan !!!!!!!", maar niks geen Jan. Zonder Jan weer terug naar Hoorn, niet geslapen, want ja "snappen jullie wel dat Jan niet weet waar hij is" werd de anderen verteld door de ultieme dierenvriend.
Maar wederom kreeg vader Takken een idee. De familie had namelijk goede kennissen in Overveen wonen, te weten de familie Joop Dubbe. Deze familie had een tijdje in Hoorn-Noord gewoond en de heer en mevrouw Takken hadden daar altijd contact mee gehouden.
Joop werd gebeld met de vraag of ie even een advertentie in de krant van Overveen/Haarlem wilde plaatsen: "Hond gezocht." Joop zag de ernst van de zaak in en deed wat hem verzocht werd. De volgende dag stond Jan in de krant opgegeven als "VERMIST" etc. etc.
De rekening werd richting Drieboomlaan gestuurd, waar nog flink van geschrokken werd, want het bleek een dure advertentie te zijn, maar ja hij was ook een beetje groot uitgevallen, dus dat kost een paar centen. Maar ondanks de prachtige advertentie werd Jan niet gevonden.
Het aantal keren dat vader Takken terug is gereden naar Overveen om er te gaan zoeken, is niet te tellen. Maar helaas, het mocht niet baten. Geen Jan. Ook Joop Dubbe bleef naar hem uitkijken, maar het resultaat was altijd negatief.
Vader Takken heeft het altijd heel erg gevonden dat Jan op die vervelende manier uit beeld was verdwenen en daardoor was er ook een tijd lang geen hond in beeld. Maar op een goede dag had hij toch weer zo'n lief puppy gezien. Dat was de opvolger van Jan.


De ezel

Marian Takken wilde heel graag een rijdiertje. Ze kon over niets anders praten. De heer en mevrouw Takken hadden daar even een goed gesprek over en op een goede dag kwam vader Piet Takken aanrijden in een auto met een soort hoge bak erachter en de kinderen zagen alleen twee oortjes boven de rand uitsteken, dus Marian vloog naar buiten in de hoop haar fel begeerde pony te kunnen omarmen, maar wat er met de nodige tamtam uit de wagen kwam stappen bleek een ezel te zijn.
Marian hield zich goed, erg goed, maar een ezel is toch echt wat anders dan een pony. Maar ze hield wel gelijk van hem. De ezel kreeg de naam "Jochem".
Maar Jochem reageerde eigenlijk alleen op vader Takken, die altijd brood, voer etc. in zijn zak had zitten. Bij deze weet nu bakker Otten waarom moeder Takken altijd zoveel brood kocht.
Als vader Takken op de ezel toestapte riep hij altijd "Opa komt eraan hoor". En dan balkte Jochem dat het een lieve lust was. De buren zullen iets minder enthousiast zijn geweest.
Ook werden de zwagers weer gevraagd om een prachtig hok te timmeren naast het hok van de bokjes, die er nog steeds woonden. "Opa Komt" was de korte versie voor de ezel, zodat hij begreep dat vader Takken eraan kwam met alles wat hij zoal in de koelkast, broodtrommel en de keukenkastjes had kunnen vinden.
En moeder Takken stond het allemaal oogluikend toe.

Op een dag kwam pastoor Hupperetz van de Engelbewaarderskerk bij de heer Takken op bezoek. Hij had iets vernomen over ezel Jochem en had het voornemen om van de aankomende kerstnacht iets heel bijzonder te maken compleet met Maria, Jozef, de herders, een stal en alles wat er bij hoort in de kerstnacht.
Maar hij had alleen geen ezel, dus zou hij het heel erg op prijs stellen als Jochem die functie op zich zou willen nemen. Nou had vader Takken een broertje dood aan overbodig uiterlijk vertoon, dus maakte hij de deal dat Jochem mee zou doen, maar dat hijzelf niet verkleed zou gaan als herder of wat dan ook.
Hij vertelde er volledigheidshalve nog bij dat Jochem nou niet bepaald een rustige ezel was en een zeer speciale aanpak vereiste.
Bijvoorbeeld dat de ezel alleen reageerde op "OPA KOMT" en dat alleen hijzelf Jochem naar zijn hand kon zetten. Maar de pastoor vond alles goed.
De kerstnacht kwam in zicht en de kinderen Takken oefenden als Jezus, Maria etc. Maar de uitvoering tijdens de kerstnacht is bepaald niet gelopen zoals de pastoor dat voor ogen had: er is namelijk nog nooit zoveel gelachen in de kerk, als toen Jochem zijn eerste optreden deed.
En vader Takken lachte het hardst van allemaal! Hij had nog nooit zoʼn vertoning meegemaakt en iedereen in de kerk deelde die mening en huldigde daarbij het motto: "Heeft Onze Lieve Heer gezegd, dat er niet gelachen mag worden in de kerk?"

Veel later na deze vertoning in de kerk liepen vader Takken en dochter Marian in Purmerend op de veemarkt, toen hij een touwtje in de handen van zijn dochter drukte.... en aan dat touwtje zat een heuse pony, die verder onder de naam Joris door het leven is gegaan met een uitzinnig blij baasje.

Honden

Natuurlijk waren er vele honden in huize Takken. Een ervan was Bas, een eigenwijze beagle, die vanaf de eerste dag begreep, dat hij in het paradijs was beland.
Maar Bas oogde als een schat met lieve oogjes en vader Takken keurde alles goed van ʽm. Als ie zijn neus snoot, pakte hij zijn zakdoek en zei "Even Bas zijn neus snuiten, want Bas is ook verkouden". Dus zo ging het.
Zakdoek verdween in de zak van Pa Takken. Moet kunnen, want de man heeft er niets kwalijks aan overgehouden, want hij is met zʼn 83 jaar nog steeds springlevend, dus het kan kennelijk geen kwaad om je zakdoek te delen met je hond.

Mevrouw Takken houdt erg van antiek en had op een dag een mooie mahoniehouten salontafel gekocht met drie fraaie krulpoten.
Het tot op de puntjes opgewreven pronkstuk kreeg een prominente plaats in de kamer. Maar ook Bas had de tafel ontdekt. Op een kwade dag had hij een van de drie poten totaal stukgebeten, waardoor vader Takken toch wel in zijn piepzak zat.
"Hoe zeg ik het moeder?", spookte het door zʼn hoofd, waarbij hij voortvarend aan de slag ging om de tafel weer enigszins toonbaar te maken. De rafels werden weggeschuurd, er werd fors met olie gestrooid, de tafel in een zodanige positie neergezet, waardoor de slechte poot goed verdoezeld leek en zowaar het bleek niet terstond ontdekt.
Totdat moeder Takken aan het schoonmaken sloeg en ook de tafel onder handen werd genomen, waarbij onmiddellijk het euvel zichtbaar werd. Vader Takken heeft langdurig van alles en nog wat moeten doen om de vrede ten huize te kunnen bewaren, waarbij de tijd gelukkig uiteindelijk toch altijd weer de wonden heelt.

Nog een laatste ietwat onsmakelijk voorval met Bas moet toch naar voren worden gebracht. Vader Takken is slechthorend en heeft dan ook een gehoorapparaat.
Op een dag wilde hij zijn gehoorapparaat in doen, maar dat bleek weg te zijn. Overal werd gezocht, het hele huis op zʼn kop gezet, maar niemand kon het vinden. Zoeken, zoeken, de hele tent op zijn kop. Gewoon weg.
Maar toen Bas werd uitgelaten en hij zijn behoefte niet kon doen, dacht vader Takken aanvankelijk nog aan mogelijke krampjes, maar al gauw ging hem een licht op. "Bas zal toch niet mijn gehoorapparaat hebben opgegeten?"
Maar dat bleek dus wel het geval te zijn, waarbij ik de daaropvolgende smerige details niet uit de doeken zal doen. Wel kan ik melden, dat de dierenliefde er niet minder om werd.

Vader Takken heeft zijn kinderen en kleinkinderen de liefde voor dieren bijgebracht. Misschien wel zijn grootste erfenis.