Familie Piet Walrecht


Elders op de site hebt u iets kunnen lezen over de familie Walrecht, onze directe buren waar we veel mee beleefd hebben. Maar buurman Dirk had ook een broer, Piet geheten, die verderop op de Drieboomlaan woonde, naast de familie Dontje, waarover u elders op de site weer iets terug kunt vinden. Piet Walrecht had een lieve vrouw, Ellie, en vier zoons: Rob, John, Marco en Richard. Piet verdiende zijn brood bij de firma Rutgers als elektricien en kreeg regelmatig bezoek in zijn schuur achter het huis, door hemzelf aangeduid als atelier, waar de mensen even langskwamen om iets geritseld te krijgen of gewoon even een praatje te maken. Nou zit het ritselen de Walrechten in het bloed (zie het verhaal over Dirk Walrecht op deze site), dus Piet kon daar op de een of andere manier altijd wel gehoor aan geven. Zeer opmerkelijk bij Piet, die een zachte, haast zalvende, manier van praten had, was het feit dat hij bijna altijd een valkparkiet op zijn schouder droeg. Het volkomen tamme diertje sprong als je hem riep ook gewoon bij anderen op de schouder, maar voelde zich het meest op zijn gemak bij Piet, die naast Dirk nog een broer heeft in de persoon van Jan Walrecht, een vakbondsman in hart en nieren.

Piet is in 1953, het jaar van de watersnoodramp in Zeeland, zelf ook als dienstplichtig militair wekenlang aan de gang gegaan als reddingswerker. Ook mocht Piet graag met de kano het water opgaan. Met deze zeer ranke kano met V-bodem, diende je heel voorzichtig om te gaan, hetgeen Piet op basis van al zijn ervaring en na het nodige vallen en opstaan dan ook uiterst bekwaam wist te doen. En omdat een boot nu eenmaal een naam moet hebben had Piet de kano voorzien van de legendarische naam Pukkie. Als Piet erin slaagde om niet om te slaan, en dat lukte hem steeds vaker, bereikte hij hoge snelheden met z'n vaartuig, zodanig zelfs dat je hem vanaf de kant met de fiets maar ternauwernood kon bijhouden. Op een fraaie zomerse dag peddelde Piet in de richting van het Witte Badhuis aan de Westerdijk en zag daarbij iemand in het water die zijn kant opzwom en die het ranke vaartuigje bij de punt pakte, waardoor Piet direct overboord sloeg.

En omdat Piet zich zo'n beetje op volle zee waande, trachtte hij met krachtige zwemslagen met veel opspattend water het hoofd te bieden aan deze duidelijke noodsituatie. De boot moet gered, zo wist Piet, maar zelf moet ik ook aan land zien te komen. Met inzet van al zijn krachten en met krachtenslopende zwemslagen was Piet doende om de situatie meester te worden en nam tussen al het opspattende water waar, dat de man, die deze hachelijke situatie had veroorzaakt, hem toch wel zeer ontspannen en geamuseerd stond aan te kijken. Stond ja, want wat Piet niet was opgevallen, maar omstanders tot grote hilariteit wel, was dat je er gewoon kon staan. Om die reden was het uiteindelijk toch weer heel eenvoudig geworden om zowel de kano als het vege lijf te redden. Beide mannen hebben er uiteindelijk smakelijk om kunnen lachen.

Een ander voorval met de kano overkwam Piet toen hij eens in aanraking kwam met een soldaat, die samen met zijn vriendin aan de wal naar Piet en zijn kano stond te kijken en uiteindelijk aan Piet durfde te vragen of ie misschien heel even van zijn boot gebruik mocht maken. Piet stemde ietwat schoorvoetend in en had extra begrip toen de soldaat hem vertelde, dat ie hem graag wat sigaretten zou hebben willen geven, ware het niet dat ie eenvoudigweg niets meer had. Piet liet zich van zijn beste kant zien, toonde begrip en de soldaat stapte in het ranke bootje, maar zoals te verwachten viel, ging hij er met dezelfde vaart aan de andere kant weer uit. Hilariteit alom, maar bij het bovendrijven van de soldaat zelf bleek ook een grote hoeveelheid sigaretten aan de oppervlakte te komen, hetgeen Piet de uitspraak deed ontlokken: "Zo komt de waarheid toch weer boven water".