Schuin tegenover de tabakswinkel op de Koepoortsweg woonde de familie IJtsma, waarvan ik overigens alleen Harry ken: een uiterst aimabele man, die werkzaam was, of mogelijk zelfs nog steeds is (qua arbeidsdruk zou dat probleemloos kunnen), bij de belastingdienst. Harry was naast zijn drukke werkzaamheden bij de belastingen ook nog eens penningmeester bij de voetbalvereniging Zwaluwen. Harry deed dat op bekwame wijze en het leuke van de man is, dat hij altijd een wat jongensachtige manier van doen had. Jongens onder mekaar, zo wilde Harry het graag hebben. Wars was ie in ieder geval van elke vorm van uiterlijk vertoon.
Zelf heb ik ook langdurig bij de Zwaluwen gevoetbald en heb in een latere fase aan de Zwaluwen voorgesteld om de ligging van het veld naast de drukke spoorlijn te gelde te maken door het op de spoorlijn gericht plaatsen van reclameborden. Daar had Zwaluwen wel oren naar, maar aangezien het de nodige tijd zou vergen en niemand van de wind kan leven, wenste ik daa r wel een vergoeding voor te ontvangen. "Geen probleem", zo verklaarde Harry mij, in zijn functie als penningmeester, "dat wordt geregeld." Op mijn vraag of ik dan een factuur zou moeten indienen, antwoordde de ijverige belastingambtenaar Harry: "Nee hoor, dat doen we gewoon zwart."
Ik heb dat kortstondig even moeten verwerken, omdat je een dergelijke reactie van iemand met zijn achtergrond niet direct zou verwachten, maar ik had daar om uiteenlopende redenen vrede mee. Naar mijn weten staan er nu na al die jaren nog steeds borden opgesteld van het Noordhollands Dagblad e.d. al kan ik mij herinneren dat ik bij een recente treinreis langs het Zwaluwenveld wel kon constateren, dat er nodig eens gesnoeid moet worden om de “grotere” klanten te behagen.
Harrys vrouw heb ik ook eens mogen ontmoeten en ook zij had die ontwapenende goudeerlijke gelaatsuitdrukking. Als deze twee mensen ooit iets slechts hebben gedaan is mijn geloof in de mensheid definitief verdwenen.