Achter ons, op de hoek van de Eenhuizenstraat, woonde de familie Bruijn. Buurman Frans, buurvrouw (tante) Leen en zoon Corrie Bruijn. Met deze familie trokken we heel vaak op. Ooit gingen we met ons hele gezin, de familie Bruin en de familie Ale (naam effe kwijt) in een busje naar de Efteling. Wat een belevenis was dat. Buurman Bruijn behoorde tot het soort mensen dat alom actief is. Naast het normale dagelijkse werk bij Osinga Optiek, waar hij nadrukkelijk vorm aan gaf en daar middels de Volkswagen met gigantische bril op het dak ook reclame voor maakte. In een later stadium is buurman Bruijn ook eigenaar geworden van de optiek en heeft de zaak verder uitgebouwd met vestigingen in Medemblik en Hoogkarspel.
Momenteel heeft Cor Bruijn de leiding van de zaak op zich genomen, buurman is enkele jaren geleden overleden, na aanvankelijk een baan in het onderwijs te hebben gehad. Buurman Bruijn zat in vele commissies en was zeer actief in de handbalwereld. We hebben menig weekend doorgebracht in de grote veilinghallen in Blokker, alwaar toernooien werden gespeeld en waar buurman’s aanwezigheid van groot belang was. Wij liepen dan door die hallen en kregen voldoende geld mee om al snoepend alles gade te slaan.
Ook had buurman een functie bij het Arminiaanse Glop aan de Ramen. Uit hoofde van zijn functie was hij ook in staat muziekavonden te organiseren en om die reden hebben wij met ons bandje de Rumbees vele optredens verzorgd in dit knusse gebouw. Regelmatig zijn buurman en buurvrouw Bruijn naar Indonesië gegaan, buurvrouw kwam daar vandaan, en hebben op een van hun reizen ook mijn moeder eens gestrikt om deze verre reis te maken, die daar heel erg van heeft genoten. Met Cor (toen nog Corrie) Bruijn trokken we heel vaak op. Hij was niet van het voetbalslag, maar gaf er wel de voorkeur aan buitenshuis te spelen en mocht opvallend graag in ons drukke gezin vertoeven, waar de muziek altijd luid aanstond en Corrie een voorkeur had voor de muziek van Cliff Richard, waar hij de plaatjes probleemloos van kon meezingen.
Ooit is het gezin verrijkt met een drietal aangenomen kinderen, hetgeen niet geheel de bedoeling was. De plannen waren namelijk om de zorg op zich te nemen van één kind, maar toen het moment eenmaal daar was om het kind op een afgesproken locatie op te halen, bleken daar nog een broertje en een zusje aan te hangen en zat er niets anders op dan ook deze twee kinderen mee naar huis te nemen. De oudste, Lodewijk, is het langst binnen het gezin gebleven, de andere twee (Koos en Tilly) vertrokken om uiteenlopende redenen alweer in een eerder stadium.
Buurvrouw Bruijn, een schat van een mens, altijd goed gemutst en altijd bezig om in de keuken heerlijk riekende gerechten te bereiden, trok veelvuldig met mijn moeder op en samen gingen ze dan ook vaak de stad in om boodschappen te doen en een rondje te maken over de markt. Samen parkeerden ze ook de auto van m’n moeder in onze garage, waarbij de gevleugelde uitdrukking "komt ze maar" door ons tot op de dag van vandaag veelvuldig gebruikt wordt. Mijn moeder reed dan op aanwijzingen van buurvrouw Bruijn de auto achterwaarts de garage in ("komt ze maar, komt ze maar"), waarbij de dames gemiddeld een half uur nodig hadden om met veel manoeuvreren het ding op de juiste plaats te krijgen. Het hield ze altijd geruime tijd bezig, maar hadden daar zelf niet de minste moeite mee.
Buurvrouw is zo’n onderdeel geworden van onze familie, dat we zelfs besloten hebben om bij ons jaarlijkse familiesamenzijn, dat ooit is ontstaan na het overlijden van m’n vader in 2005, standaard buurvrouw Bruijn tot de vaste genodigden te laten behoren. Voor de rest hebben we ieder jaar een andere ‘special guest’. Buurman’s broer Barend, die er regelmatig over de vloer kwam, had binnen ons gezin al gauw de naam Barend Bluf gekregen, omdat bescheidenheid niet z’n grootste karaktertrek was en hij op Amsterdams brutale wijze de wereld inkeek en dacht dat alles naar z’n hand te zetten zou zijn. Prima man overigens, daar niet van. Mijn moeder, die wars was van alles dat maar enigszins riekte naar kouwe drukte, behoorde niet tot z’n grootste fans en dat liet ze blijken ook. De familie Bruijn had veelvuldig gasten in het hoekhuis aan de Eenhuizenstraat, die daar ook konden blijven slapen. Waar dat dan allemaal bleef is ons altijd een raadsel gebleven.
Buurvrouw Bruijn heeft het huis waar zoveel herinneringen liggen inmiddels verruild voor een plek in Westerhaven, alwaar ze huisvesting heeft gevonden in een kamer met uitzicht over het water. Koken kan ze daar niet, dus de bewoners moeten het stellen zonder die overheerlijke geuren en gerechten. Maar ze heeft het er prima naar haar zin en dat is ook wat waard.
In het kwartaalblad van Oud Hoorn heeft in 2020 een artikel gestaan van Wally Ooms over de firma Osinga. Zie hieronder.
Osinga Optiek: een terugblik op ruim 100 jaar historie.
Meer dan een eeuw kende Hoorn een optiek met de naam Osinga. Oprichter Dirk Osinga startte het bedrijf rond 1917. Hij verkocht aanvankelijk gouden en zilveren sieraden, alsmede gouden brillen en verrichtte daar ook de reparaties voor. Het assortiment en de activiteiten breidden zich gaandeweg uit. Zijn optiek werd een begrip in de regio.
Dirk Osinga werd op 27 oktober 1886 geboren in Hoorn als oudste zoon van Lammert Osinga en Geertje van Velden. Hij had nog één zus en twee broers. Vader Lammert Osinga was in zijn goede jaren kapitein op de Hoornse boot, die een dagelijkse dienst onderhield tussen Hoorn en Amsterdam. Lammert Osinga liet zijn kinderen zelf bepalen wat ze wilden worden, waarop Dirk op jonge leeftijd aangaf dat hij goudsmid wilde worden, waarna hij als 12-jarige in de leer ging bij de firma Roozendaal aan het Grote Noord, waarvan het bedrijfspand doorliep tot het Achterom. De werktijden logen er niet om: dagelijks van 6 tot 6 uur inclusief de zaterdag. Geen vakantie. Geen doorbetaling bij ziekte. Na die lange werkdagen ging de jonge Dirk Osinga naar de avondschool om zich na de studie als zelfstandig goudsmid/opticien te mogen vestigen. Het gezin Osinga woonde in die tijd nog in de Lange Kerkstraat.
Eigen zaak
Na werkzaam te zijn geweest bij verschillende goudsmeden en juweliers startte Dirk Osinga rond 1917 zijn eigen bedrijf. Daarbij geholpen door Grietje Jonkman met wie hij in 1911 in het huwelijk was getreden. Aanvankelijk werden de zaken vanuit het woonhuis georganiseerd. Om aan klanten te komen en omdat niet iedereen in die tijd in de gelegenheid was om een bezoekje aan de stad te brengen ging Dirk Osinga de boer op. Zo belandde hij naast vele particulieren en kloosters buiten Hoorn onder meer ook bij het Missiehuis om de broeders en studenten behulpzaam te zijn in de keuze van een bril of het verrichten van reparaties. Pas nadat de zaken echt goed liepen kon worden gedacht aan de vestiging op een andere locatie dan aan huis. Dat vond plaats op het Grote Noord. Zo kon vorm worden gegeven aan de wens om zich volledig te storten op de verkoop van gouden en zilveren sieraden, brillen, barometers, horloges en klokken, alsmede de reparaties daarvoor.
Vertrouwen
Die bezoekjes aan huis betekenden een belangrijke bron van inkomsten en waren gebaseerd op puur vertrouwen. Veel klanten gaven immers hun dure sieraad of bril af ter reparatie en wat niet ter plaatse kon worden gerepareerd werd meegenomen naar de zaak in Hoorn. Ook mensen uit de omringende dorpen die eerder bij de oogarts waren langsgegaan voor een oogmeting (opticiens mochten toen nog geen oogmetingen doen) konden hun speciaal vervaardigde bril thuis geleverd krijgen via de bodediensten die gevestigd waren aan de Vale Hen in Hoorn. Zo heeft Dirk Osinga een grote schare klanten aan zich weten te binden, die ook de weg wisten te vinden naar het huis van de Osinga's en later ook de zaak aan het Grote Noord in Hoorn, waar het gezin op de bovenverdieping haar intrek had genomen. In dit pand zat voordat Osinga er in trok een groenteboer die failliet was gegaan, net als de zaak die er daarvoor had gezeten. Er rustte kennelijk geen zegen op dat pand. Toch is Dirk Osinga daar zijn bedrijf in goud en zilver / optiek begonnen, dat zich voorspoedig ontwikkelde. Voor de verkoop van leesbrillen adverteerde hij in de plaatselijk krant met de leuze: "Mijn ogen zijn wel goed, maar mijn armen zijn te kort." In de zaak aan het Grote Noord kreeg de optiek een steeds prominentere rol, waardoor begin jaren zestig de verkoop van goud en zilver, barometers en klokken naar de achtergrond geraakte. Stapsgewijs leidde dat tot een gespecialiseerde optiek. Zeker door de komst van contactlenzen. De geloofskwestie - katholieken gingen naar Ruttenberg, de rest naar Osinga - speelde inmiddels geen rol meer.
Gottenbos en Bruijn
In de zaak behoorden Henk Gottenbos en Frans Bruijn tot de vaste medewerkers. Op basis van hun kwaliteiten als geschoolde krachten en hun zakelijke inzicht konden ze begin jaren vijftig de zaak van Dirk Osinga overnemen. Eerst gebeurde dat nog door alleen Henk Gottenbos, die daarbij de bedrijfsnaam behield en in het woonhuis achter de zaak is gaan wonen. De familie Osinga is daarop naar de Drieboomlaan en weer later naar de Draafsingel verhuisd. In een later stadium kwam ook Frans Bruijn in de zaak, die er ooit was begonnen als leerling-opticien. De beide jonge ondernemers gaven op geheel eigen wijze leiding aan het bedrijf dat een steeds grotere klantenkring kreeg. De in vele opzichten actieve Frans introduceerde ook de contactlenzen in Westfriesland. Toen nog een noviteit. Dat deed hij samen met dokter Kho, die een oogartspraktijk had in de Eikstraat in Hoorn en tevens verbonden was aan het plaatselijke ziekenhuis. Op de zaak aan het Grote Noord werden door Frans Bruijn de oogmetingen verricht, net als in de praktijk van dokter Kho. De in smetteloos wit geklede Frans Bruijn is voor de bestaande klanten al die jaren een vertrouwd gezicht geweest.
Volkswagen met bril
Wat de meeste Hoornse inwoners van minder recente origine van Optiek Osinga zal zijn bijgebleven is buiten de keurige zaak aan het Grote Noord de uiterst opvallende VW Kever waarop een enorm brilmontuur gemonteerd was. Frans Bruijn, bestuurder dezes, toerde er vele jaren mee door de stad en de regio om de klanten van dienst te zijn op velerlei gebied. Ook scholen werden bezocht, onder andere om veiligheidsbrillen te leveren van de LTS en de MTS. De auto was een enorme blikvanger door de kolossale bril op het dak, hetgeen dan ook een uiterst opvallende en aantrekkelijke manier van reclamemaken betekende. Iedereen in de regio kende de auto en iedereen wist welke naam daar bij hoorde.
Raymond Gottenbos
Rond 1979 vond Henk Gottenbos het tijd om te stoppen. Zijn zoon Raymond kwam daarna in de zaak. Hij had opleidingen gevolgd tot opticien, contactlensspecialist en hbo optometrist. Raymond gaf niet alleen leiding aan een team van contactlensspecialisten en optometristen in de vier zaken die Osinga uiteindelijk kende, maar werd op basis van zijn kwaliteiten ook voorzitter van de beroepsvereniging Algemene Nederlandse Vereniging van Contactlensspecialisten (ANVC). Daarnaast werkte hij regelmatig mee aan onderzoeken naar contactlenzen en vloeistoffen. Van 2000 tot 2010 was hij hoofdbestuurslid van de Nederlandse Unie Van Optiekbedrijven (NUVO) en van 2004 tot 2009 voorzitter van LEXON. Van zijn hand zijn vele publicaties verschenen in de vakbladen. Hij heeft in die hoedanigheden de belangen behartigd van de gehele branche in Nederland om het kwaliteitsniveau en de oogzorg te verbeteren. Vanaf 2001 werden in de zaak op het Grote Noord door hem ook vóóronderzoeken voor het ooglaseren verricht.
Cor Bruijn
Rond 1980 kwam Cor Bruijn, zoon van mede-eigenaar Frans Bruijn, in de zaak. Cor is na een carrière in het onderwijs opleidingen gaan volgen als opticien en heeft aansluitend een lange reeks van jaren op zijn bekende rustige wijze vele klanten kunnen helpen aan een goed montuur met bijpassende glazen en met wie hij een persoonlijke band wist op te bouwen. In een later stadium is Cor Bruijn ook mede-eigenaar geworden van Osinga Optiek, die rond die tijd ook is begonnen met een tweede vestiging. In een der latere vestigingen werd Sandra, de dochter van Cor Bruijn, de bedrijfsleidster. Rond 1990 stapte vader Frans Bruijn uit de zaak om zich op de achtergrond nog wel bezig te blijven houden met adviezen en ondersteuning en zich daarnaast te wijden aan zijn vele andere activiteiten in de regio. Omstreeks 1980 kwam de eerste vestiging buiten Hoorn tot stand. Dat was in Medemblik. Daarna volgden Hoogkarspel in 1995 en Avenhorn in 2002. In alle vestigingen waren in totaal circa 20 mensen werkzaam, alwaar de klanten terecht konden voor een hele range aan brillen en contactlenzen. De sterktemetingen werden verricht in de winkels, waar naast de sterkte ook de kromming van het oog kon worden vastgesteld om zo te komen tot verantwoorde brillen en passende contactlenzen.
Zaken overgedragen
In september 2019 kwam naar buiten dat de optiekzaken van Osinga voortgezet zouden worden door een landelijk opererende keten. In een kort schrijven lieten Cor Bruijn en Raymond Gottenbos het volgende weten: "Met veel plezier en voldoening heeft Osinga Optiek u de afgelopen jaren van dienst mogen zijn. Na al die jaren dragen Cor Bruijn en Raymond Gottenbos met veel vertrouwen Osinga Optiek over per 27 september 2019. Wij danken u voor het gestelde vertrouwen." Waarmee een gedenkwaardig hoofdstuk kon worden afgesloten.
Foto Osinga
Om het verhaal over Dirk Osinga helemaal af te ronden dienen we het uiteraard ook te hebben over de fotozaak, die naast de optiek was gesitueerd. Dat deze zaak dezelfde naam draagt kan geen toeval zijn en dat is het dan ook niet. Zoals eerder beschreven werd de optiek van Dirk Osinga opgevolgd door de heren Gottenbos en Bruijn. Niet door zijn zoon Jan, want die had andere plannen. Aanvankelijk leek het er overigens op dat hij wel in de optiekzaak zou komen. Hij werkte in die tijd bij het optisch bedrijf Enot in Amsterdam en werd er de jongste gediplomeerde opticien van Nederland. Zo jong dat hij nog geen zelfstandige zaak mocht beginnen. Zijn hartstocht lag echter in de fotografie waarvoor hij de fijne kneepjes o.a. in Leiden en Maastricht had geleerd. Gedurende de oorlogsjaren mocht hij van zijn vader de etalage in het steegje van de optiekzaak aan het Grote Noord gebruiken voor zijn beginnende fotohandel. Op zolder mocht hij een foto-atelier inrichten voor het maken van portret- en pasfoto's, waar in die tijd van onzekerheid veel behoefte aan was. Uiteindelijk werd de uitstalling in de etalage zo groot dat het beter geacht werd hiervoor een eigen zaak op te richten. Dat gebeurde. Al snel kon hij op Grote Noord 14-16 de helft van een dubbel pand huren. Een gunstige bijkomstigheid van die locatie was dat het op dezelfde elektriciteitsgroep was aangesloten als de nabijgelegen bioscoop. Als aldaar een film werd vertoond dan hadden zij stroom, ondanks dat er in deze oorlogsjaren vaak geen stroom was in verband met spertijd. Na de oorlog vond de fotozaak op Grote Noord 89, naast de optiek met de Gortsteeg daartussen, zijn definitieve locatie. Tot die tijd was wasserij Krom er gevestigd. De familie woonde in die tijd boven de optiekzaak op nummer 87, hetgeen de verhuizing tot een fluitje van een cent maakte daar ze de inboedel over een paar planken over de steeg konden schuiven.
Velen kennen Jan Osinga van de grote hoeveelheid foto's uit de oorlogsjaren die hij heimelijk maakte vanaf het balkon op het Grote Noord. Daartoe behoren unieke historische plaatjes, die o.a. in het Hoornse stadhuis en het Dijklander Ziekenhuis te zien zijn. Bij het landelijke project "De Tweede Wereldoorlog in honderd foto's" dingen maar liefst drie foto's van Jan Osinga mee om te worden gekozen uit de landelijke inzendingen. Uit het rijke oeuvre van Osinga, dat volledig te zien is bij het Westfries Archief, circuleren regelmatig foto's ten behoeve van publicaties. Hij werd later opgevolgd door zijn zoon Jan, die vele jaren met veel plezier en met minstens zoveel bevlogenheid vorm heeft gegeven aan de fotozaak.