Het Kontaktcentrum

Toen in 1961 de Engelbewaarderskerk was ingewijd en de noodkerk was verwijderd (die stond van 1959 tot 1961 op het kerkplein) wilde bouwpastoor Hupperetz dat het kerkbestuur een ruimte inrichtte voor de opgroeiende jeugd en voor bijzondere niet-liturgische bijeenkomsten van parochianen.
Andere parochies hadden ook zo'n 'patronaatsgebouw' (die van het Grote Noord in het huis Verloren aan de Kerkstraat/Kerkplein). Maar er was geen geld.
Onder leiding van kapelaan Jonker gingen vrijwilligers samen met jongeren aan de gang om geld in te zamelen en in eigen beheer het gebouw tot stand te brengen; het parochiebestuur stelde de grond ter beschikking naast de lagere school en de 'bewaarschool'.
Er werden veel dansavonden georganiseerd voor de katholieke jeugd. Er kwam een eigen bestuur. Dit laatste heeft later onder pastoor Schoonebeek tot moeilijkheden geleid,omdat dat bestuur zich steeds meer onafhankelijk opstelde tegenover het parochiebestuur.
In de loop der jaren werd het gebouw steeds meer omgevormd van 'Contactcentrum' naar Ontmoetingscentrum en Sportcentrum onder leiding van een zelfstandige beheerder en uiteindelijk verkocht door de toenmalige penningmeester van de Engelbewaardersparochie, de heer Piet Nooy.

Het Kontaktcentrum aan de Loniusstraat was dus opgestart vanuit de nabije kerk H.H. Engelbewaarders om op die locatie een gelegenheid te creëren waarin de - veelal jeugdige - parochianen elkaar konden ontmoeten in een ongedwongen sfeer.
Er werd muziek gemaakt, er werd gedronken, waarbij de geestelijkheid zich niet onbetuigd liet, en er werd in een ontspannen sfeer gecommuniceerd. In die sfeer, in die context moeten de vele optredens worden gezien, die we met onze band de Rumbees verzorgden in het Kontaktcentrum.
Als we geen optreden elders hadden, dan konden we altijd wel in het Kontaktcentrum terecht. Tot grote vreugde van ons aller ouders, die het een relatief gevaarloze locatie vonden voor jongens van onze leeftijd waar niet al te veel risico bestond voor uitspattingen die over de grens van het betamelijke gingen. En dat was ook zo, over het algemeen. Er werd keurig muziek gemaakt, er werd keurig gedanst en er werd niet bovenmatig gedronken.
Ook niet door kapelaan van Dijk, die de grootste moeite had om zich vooral niet te buiten te gaan. Voor hem vormden die avonden in het Kontaktcentrum een absoluut hoogtepunt. Uitermate zichtbaar had hij er moeite mee om de geeestelijke onderwerpingen te ondergaan en uitermate zichtbaar gaf hij zich over aan een meer ontspannen manier van leven.
Geen idee hoe het de kapelaan verder is gegaan, maat het zal me absoluut niet verwonderen wanner ie ergens in Brabant een spannende kroeg is begonnen. Met onduidelijke begrenzingen en met verregaande frivoliteiten.
Ik denk in hoge mate in een sfeer van melancholie en ook met grote vreugde terug aan deze man.

Beheer

Het beheer van het Kontaktcentrum was in handen van mensen, die daartoe door de kerk waren aangesteld. Daaronder Bep Hart.
Vriend van mijn ouders samen met zijn vrouw Trien, die geen enkele mogelijkheid onbenut liet om de dagelijkse verhalen begeleid te doen gaan van de meest uitgebreide details, waardoor er werkelijk nimmer een moment van stilte viel.
Bep Hart - volgens mijn vader een uitstekende voormalige spits, wiens schoten op doel volgens de dienstdoende keepers onhoudbaar bleken - had een bonkige manier van doen. Een bestelling ging niet gepaard met gepast commentaar, maar werd ruwweg voor je neus gezet waarbij het bedrag werd genoemd, dat je hem verschuldigd was. Meer niet.
Geen enkele vorm van emotie, geen enkele vorm van communicatie. Uitermate verbazingwekkend. Zo zie je maar, dat het inderdaad in een huwelijk vaak gaat om tegengestelde naturen. De een zwijgzaam, de ander praatziek.

Vele contacten

In het Kontaktcentrum werden - en ziedaar de invulling van de gedachte erachter - vele contacten gelegd. Vriendschappen gesloten, verkeringen aangevangen, huwelijken tot stand gebracht.
Als ik dit nu zo intik lijkt het alsof ik terug ga naar een sfeer uit vooroorlogse jaren, maar zo heb ik het helemaal niet ervaren. Het maakte in mijn jeugd onderdeel uit van een verscheidenheid aan ontspanningsmogelijkheden, waarvan het Kontaktcentrum er dus een was. Niets meer dan dat, maar ook niets minder. Ik heb er toentertijd ook nooit iets achter gezocht met betrekking tot de kerk. Of het geloof.
Het Kontaktcentrum was gewoon het Kontaktcentrum. Geen idee toen wie daar achter stak. En dat het zich op 100 meter van mijn huis bevond was natuurlijk helemaal mooi meegenomen.
Dat gold in mindere mate voor het Arminiaanse Glop aan de Ramen, in de binnenstad van Hoorn. Dat stond dan weer onder beheer van buurman Bruijn, aan wie ik louter positieve herinneringen heb. Een prachtman. Altijd positief, Arsenal in het hoofd of in de hand en voornemens om een prettig gesprek te voeren.
"Kunnen jullie volgende week zaterdag, Wal?". Zo gingen ongeveer de gesprekken over onze optredens. Met een daaraan gekoppelde bescheiden vergoeding. Maar godzijdank heb ik nooit voor het geld gespeeld. Ook niet voor de muziek trouwens. Eigenlijk meer voor de pauzes. Maar dat heb ik pas in een later stadium van mijn leven opgebiecht.
Over biechten gesproken...... ook dat moest zo nu en dan gebeuren. Ook als je niets te biechten had. Ik heb een keer opgebiecht dat ik 'vies had gedaan', waarbij de aandacht van de dienstdoende geestelijke zichtbaar werd verhoogd. Ik biechtte dan iets op wat ik met een meisje had uitgevogeld..... Tsja, je zit daar toch niet voor niets.

Onvergetelijke optredens

We hadden zo onze eigen 'kring'. Jongens en meisjes die altijd met ons meegingen, waar het optreden ook was. Daaronder Essie Walter. En z'n broer Drikus.
Beiden hoorden bij het kringetje van Tom, onze vaste technicus, en waren overduidelijk afkomstig uit een niet-religieus milieu: het kamp. Essie en Drikus, maar ook anderen, bezochtten om die reden ook het Kontaktcentrum.
Net zo min als ikzelf hadden zij ook maar de geringste notie over de keurige achtergronden van het Kontaktcentrum. Hoe dan ook: ze hoorden er volstrekt niet thuis.
Niet dat het hen iets uitmaakte, maar uiterst zichtbaar was wel dat de geestelijkheid daar toch iets anders tegenaan keek. Die keurige Rumbees moesten het niet te bruin bakken natuurlijk. Mogelijk dat we daardoor wat optredens hebben misgelopen, maar het hoorde wel helemaal bij de tijd zoals we die destijds ondergingen.
Essie heeft nog eens een optreden in Zuidermeer volledig in in het honderd laten vallen door op een Sinterklaasfeest de dienstdoende Sint volledig te doen afgaan door z'n pruik af te trekken en hem toe te spreken op een manier die de Goedheiligman uiterst zichtbaar nog nooit had ondergaan.
"Schei toch uit man, met die flauwekul", "Stel je niet zo aan, doe normaal", stuk voor stuk kreten die wij wel kenden van Essie, maar die duidelijk even verstouwd moesten worden door onze inhuurders.
Een ander onvergetelijk optreden was in hetzelfde Kontaktcentrum. De stemming zat er stevig in, de alcohol vloeide rijkelijk en onze zanger Cees liet zich helemaal gaan.Hij ging ook op de knieën en zette daar z'n zangpartij voort, hetgeen ie gepaard liet gaan met kreten die z'n emotie moesten weergeven, waarbij hij op een gegeven moment uitriep "I'm going dead, I'm gong dead......"
Mijn boezemvriend Hans (Lieshout) en tevens slaggitarist van onze band, fluisterde Cees tijdens deze act in dat het niet 'I'm going dead' moest zijn, maar "I'm dying, I'm dying", waar Cees probleemloos toe over ging.
Niemand die het merkte. Niemand die er acht op sloeg. Behalve wij dan natuurlijk. Alhoewel......

Het Kontaktcentrum. Een onvergetelijke periode.

Loniusstraat