Engelbewaarderskerk

Op 15 april 1958 werd de Engelbewaardersparochie van Hoorn Noord, ook wel genoemd de Poststraatkerk, officieel opgericht. Het idee was er al in 1949: de Grote Noord-kerk puilde uit. De bouwcommissie werd in 1954 door deken Van der Meer in het leven geroepen: zij vergaderde in het St. Jansgasthuis, neutraal terrein.
Er kwam eerst een noodkerk op het grote aangekochte terrein (15 januari 1958), die voor veel parochianen van Hoorn Noord in goede herinnering is gebleven. De bouwpastoor die op 7 december 1957 was benoemd, E.J. M. Hupperetz (geb. 1908), had bijzondere aandacht voor een creatieve vormgeving van de liturgie en wist veel enthousiaste medewerkenden daarbij te betrekken, b.v. de fijnzinnige bloemengroep van mevrouw Vermaat.

Acties
Er werd al vanaf 1955 door velen geofferd voor de nieuwe kerk: via allerlei acties wisten jongeren (vooral lieftallige meisjes) haast iedereen te vinden die een bijdrage (meestal bij een bepaalde gelegenheid) zou kunnen geven. De pastoor zelf boorde zijn eigen netwerk aan en ging vaak (63 keer) ‘s zondags in buurtkerken preken om de mensen het nodige uit de zak te kloppen.
Via contactpersonen werd de nieuwe parochie efficiënt georganiseerd. De voorlopige pastorie van de bouwpastoor was een rijtjeshuis in de Loniusstraat (vanaf 21 december 1957, hij was toen formeel nog kapelaan van het Grote Noord, de parochie en dus de pastoorsfunctie zijn van 1958).
Maar dat werd spoedig vervangen door een grotere woning op de hoek van de Joh. Poststraat/Loniusstraat waar op den duur ook de kapelaans en het personeel moesten kunnen wonen.

Bouwcommissie
De bouwcommissie was vanaf 10 juni 1957 druk bezig met de bouw (vanwege de verkeerssituatie moest de kerk van de gemeente met het priesterkoor naar het oosten worden gedraaid) en de eerste steen werd op 21 september 1960 gelegd door de oud-pastoor van Hoorn, bisschop Huibers. De uiteindelijke consecratie geschiedde op 29 september 1961 door de nieuwe bisschop J. van Dodewaard.
Het orgel was in juli 1961 feestelijk in gebruik genomen en de nieuwe pastorie al bewoond sinds 27 juni van dat jaar. Er waren ruim 2500 parochianen. De patronage van parochie en kerk viel toe aan de H. Engelbewaarders, omdat de bouwpastoor in de oorlogsjaren, toen hij kapelaan in Rotterdam was, had beloofd dat, als de naar Duitsland voor de Arbeitseinsatz vertrokken jongens van zijn parochie veilig zouden terugkeren, hij, als hij ooit een kerk zou bouwen, die aan hen zou toewijden.

Mankementen aan de bouw
De kerk had achthonderd plaatsen maar was, op de muren na, niet goed ondernomen. Spoedig na de ingebruikname in september 1961, waarbij het gelegenheidsoratorium “Het Beloofde Land” van componist-dirigent Jos Moeskops die in september 1958 was benoemd, werd uitgevoerd, moesten het dak en de daarin verwerkte verwarming worden vervangen en de vloer begon na enkele jaren ongelijkmatigheden te vertonen omdat eronder niet was geheid.
Koster Toon van Kleef, aangesteld op 7 april 1958, en penningmeester Piet Nooy deden er alles aan om te sparen en de onkosten te beperken, de parochianen hielden elke maand de duizend gulden-collecte, maar voorlopig was de kerk die nog een flinke schuld met zich meesleepte, hoe goedkoop ook gebouwd, nog lange tijd net als de Koepelkerk een schip van bijleg.
Hupperetz werd op 17 augustus 1962 regent van Hageveld. Zijn opvolger, pastoor B. P. M. Schoonebeek (geb. 1912), kreeg een zware taak, omdat de grote, maar meestal arme gezinnen veel werk en weinig inkomsten met zich meebrachten.
Hij had wel de steun van begaafde kapelaans als Jonker (‘59-‘64), van Dijk en Fijen. Hij werd in 1967 opgevolgd door pastoor B. G. Stammeijer die slechts een ruim jaar zijn werk kon doen en toen ziek werd. Hij verhuisde ter verzorging naar Heemstede maar stierf kort daarna.

Pastoor Quant
Vervolgens heeft pastoor B.J. M. Quant vanaf 1968 veel jaren het pastoraat uitgeoefend. Het was de tijd van het doorzetten van het Tweede Vaticaans Concilie en de veranderingen in het pastoraal team. Hij dacht graag modern, maar hield van een klassieke levenssfeer (zie zijn ex-libris). In 1984 ging hij met emeritaat (hij stierf in Heemstede-Haarlem in 1989) en werd opgevolgd door pastoor G.J. I. Weel die met instemming en medewerking van velen het kerkgebouw tussen 1987 en 1991 grondig vernieuwde o.l.v. een bouwcommissie die geleid werd door de bouwkundige parochiaan P. Schoon. Daarvoor moest de helft van het kerkplein verkocht worden voor huizenbouw. En de pastorie, die evenveel opbracht.
Het bisdom steunde de plannen en vulde het nodige aan, vooral toen bleek dat veel vrijwilligers de handen uit de mouwen staken en de actiefste parochiane, mevrouw Annie Wester-de Vries, via sponsorfietstochten het nodige binnenbracht van royale sponsoren. De pastorie werd uiteindelijk gekocht door de pastoor zelf, zodat hij er na zijn emeritaat in kon blijven wonen. Er werd in de pastorietuin een nieuw huis bijgebouwd, zodat er nu een communiteit gevestigd is onder leiding van een particuliere stichting, de Margrietstichting genaamd, beheerd door de familie Weel.

Andere inrichting
Het kerkgebouw is nu geheel anders ingericht: tussen de stevige, verhoogde en goed onderheide vloer en het gerestaureerde dak zijn er meerdere ruimtes: allereerst de kerkruimte, nog altijd goed voor een vierhonderd personen die kunnen zitten of knielen, verder een grote zaal voor ontmoetingen en grotere bijeenkomsten. Dan een kleinere vergaderzaal en een royale koorrepetitieruimte dicht bij het orgel. Bij de ingangshal met toiletten, keukenvoorziening en garderobe is ‘aan de rustige kant’ een ruim uitvaartcentrum uitgevoerd met eigen ingang, verzorgingsruimte en opbaargelegenheid voor drie overledenen.
Ook de tussenpastorie is geheel opgeknapt: er is daar een pastorskamer, een sacristie, een keuken met toilet en kasten en nog een kleine vergaderkamer. Al met al een modern en bruikbaar geheel met liturgische en sociale doelstelling, toekomstgericht.
Dirigent-organist Jos Moeskops heeft inmiddels de steun van organist-dirigent Mark Heerink. Zij verzorgen nu vaak ook de liturgische gezangen in de Koepelkerk. De onderhoudsploeg o.l.v. de heer Cor Schaap heeft in 2004 nog een verbeterde Mariahoek gerealiseerd en ook de buitenkant van de kerk wordt prima onderhouden tot op de dag van vandaag. Binnen het gebouw werkt een grote groep vrijwillig(st)ers onder leiding van Cora Visser-Smit.

Sinds 2003, het jaar dat pastoor Weel gepensioneerd werd, is de parochie meer in contact gekomen met de buurtparochies van Zwaag en Blokker. Noodgewongen, omdat er minder pastores beschikbaar zijn en samenwerking ook bezuinigend kan werken in andere opzichten. De nieuwe pastoor, E. Jongerden, staat nu voor de taak om leiding te geven aan het grotere geheel, maar zijn klerikale en niet-klerikale medewerkenden steunen hem en elkaar om er het beste van te maken.
Tegenwoordig is de geschiedenis van een parochie steeds minder de geschiedenis van kerkgebouwen en pastoors.

H.H. Engelbewaarderskerk

De kerk aan de Johannus Poststraat heeft al met al toch wel een belangrijke rol gespeeld in ons leven. Toen de kerk er nog niet was vonden de diensten plaats in een noodkerk, waar ik me met name een ontzaglijk groot kussengevecht van herinner.

Foto noodgebouw

 

Foto noodkerk

 

We waren daar ooit namelijk met een aantal klassen om een bepaalde dienst bij te wonen.
Iedereen keurig gezeten in de banken in afwachting van de dingen die komen gingen, maar dat duurde op een bepaald moment wel erg lang. En des te langer we moesten wachten des te meer bekroop ons het gevoel dat we daar eigenlijk voor joker zaten en begonnen hier en daar wat jongens en meisjes wat baldadig te worden op een manier die totaal niet bij de kerk paste.
En ondanks dat het wat rumoerig begon te worden zagen we geen koster, geen pastoor, geen kapelaan of wie dan ook verschijnen, die voor wat meer rust hadden kunnen zorgen. De sfeer begon zodanig uit de hand te lopen dat een enkeling zelfs de knielkussentjes ter hand had genomen om er een ander een klap mee te verkopen.
En dat kreeg dan weer een vervolg, doordat daar weer op gereageerd werd, hetgeen dan weer aanstekelijk werkte op de anderen, met als resultaat dat binnen de kortste keren de gehele kerk een slaande massa werd met als dieptepunt dat er kussens door de lucht begonnen te vliegen, waarvan sommigen verkeerd gemikt waren en vervolgens op het altaar belandden.

Maar omdat je normaal nooit op deze in onze ogen heilige plek kwam, was er aanvankelijk nog de nodige terughoudendheid om daar het weggeworpen kussen van terug te halen, maar door het uitblijven van welke vorm van gezag dan ook voelde iedereen zich al vrijer worden en wel zodanig dat ook het altaar werd betreden.
Eerst om de kussens terug te halen, maar al snel vonden ook op deze heilige plek de gevechten plaats. De kerk was hoe dan ook een kolkende en wriemelende massa kinderen, waar door iedereen aan werd deelgenomen. Niemand kon er onderuit.
Maar omdat aan alle leuke dingen toch uiteindelijk weer een eind komt kwam na deze gigantische gooi- en smijtpartij toch iemand binnen die een eind heeft kunnen maken aan dit spektakel. Maar vergeten doen we het nooit.

In een later stadium toen de echte kerk uiteindelijk in gebruik kon worden genomen hebben we alle kerkelijke dingen ondergaan, waaronder de Heilige Communie, zodat je als volwaardig lid van de kerk door het leven kon gaan.
Onder invloed van onze ouders gingen we daarna veelvuldig naar de zondagsmissen en doordeweeks ook nog wel eens naar het lof (volgens van Dale: "kerkdienst in de avond of middag ter verering van het sacrament").
We hadden in die tijd pastoor Hupperetz die leiding gaf aan de kerk en een van de kapelaans was kapelaan van Dijk, die altijd de indruk wekte een gezellige draai te willen geven aan de katholieke activiteiten. Om die reden was hij dan ook veelvuldig te vinden in het Kontaktcentrum een ietsje verderop, waar in de avonduren heel vaak iets te beleven viel en waar wij met onze band de Rumbees ook veelvuldig hebben gespeeld.
Kapelaan van Dijk liet zich in geen enkel opzicht onbetuigd en was zichtbaar verheugd de pastorie tijdelijk de rug te hebben gekeer d en was voor mijn gevoel dan ook zo’n beetje de laatste die bij deze avonden weer huiswaarts keerde.

Wat me in ieder geval van de kerk zal bijblijven was de sfeer bij grote gelegenheden als pasen en kerst, waarbij een voltallig koor op het balkon prachtige liederen ten gehore bracht onder leiding van de heer Moeskops.
Ook de biecht zal me altijd bijblijven, waarna je na gedane vreselijke bekentenissen weer kon plaatsnemen in de banken en met een weesgegroetje weer schoon schip had gemaakt.
De laatste keren dat ik er geweest ben was vanwege een afscheidsdienst van een dierbare, waarbij ik in ieder geval heb kunnen constateren dat de kerk ten opzichte van vroeger flink is ingekort waardoor er ruimte is gecreëerd waar andersoortige activiteiten plaatsvinden, waaronder een ontmoetingsruimte.
De H.H. Engelbewaarderskerk heeft een warme plek in veler harten. Dat staat als een godshuis.

In verband met de ontkerkelijking heeft de Engelbewaarderskerk per 13 juni 2011 zijn deuren gesloten. Het gebouw is op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst en doet nu dienst als uitvaartcentrum.
Daarvan is een presentatie op youtube te vinden.

Zie Uitvaartcentrum Johannes Poststraat Hoorn

\